Content area
Abstract
De beteekenis der kersen berust inderdaad op de vroege rijping in het warmst van den zomer en geen enkele vruoht is er in ons klimaat, die beter past bij het jaargetijde dan de sappige, frissche kers bij het warme zomerweer. De kersenteelt in ons land is van beteekenis en of schoon er geen nauwkeurige gegevens over zijn, meen ik toch te mogen onderstellen, dat'deze ooftsoort in belangrijkheid de appels en druiven op zij streeft. In de ooftstreek bij uitnemendheid, het kleigebied in Gelderland en Utrecht, wordt bijna geen boomgaard aangelegd zonder dat de kersen drie kwart van het geheel uitmaken. De Nederlandsche fruitteelt-litteratuur is in haar uitgebreidheid niet evenredig aan de beteekenis, die de verbouw der kersen heeft. Oudere schrijvers zeggen er heel weinig over tot in 1758 KNOOP (16) een overzicht geeft over wat de 18e eeuw aan kersen bezat. KNOOP geeft bovendien belangrijke wenken over de behandeling der boomen en vruchten. Eenige tientallen jaren iladien (1806) vertaalt SERRTJRIER (41) een Duitsch werk van CHRIST (39) en in dit Fruitkundig woordenboek vinden we in onze taal een menigte Duitsche gegevens over een sortiment, dat grootendeels uitheemsch is gebleven. Beter was het werk der Boskoopers, die in 1863 eerst in beknopten vorm (75), later in een prachtig plaatwerk (76) beschrijvingen gaven van een 31-tal verschillende kersen.(1864—1868). Daarna is geen enkele uitvoerige kersenbeschrijving meer in onze taal verschenen. De verdere litteratuur bepaalt zich tot een beknopt opstel over de systematiek der kersen van VALCKENIER SURINGAR (106 bis), tot hoofdstukken in algemeene boeken over fruftteelt, tot opstellen over ziekten en over de bestuiving van kersen, die wel zeer belangrijk zijn, doch ons zeer weinig inlichten over den vormenrijkdom der Nederlandsche kersen. Het is juist omdat de kers economisch zoo'n groote beteekenis heeft en omdat er van de zijde der phytopathologen en andere biologen zooveel meer belangstelling aan den dag treedt, dat steller dezes meende, dat er plaats was voor een stelselmatige beschrijving der Nederlandsche kersen. Niets is meer noodig voor de nauwkeurigheid in biologisch werk, dan dat men precies wete, welke vormen men onderzocht heeft, waarvoor deze zoo goed mogelijk dienen te worden vastgelegd in beschrijvingen. Dat er tusschen het werk van een beschrijvend pomoloog en den fruitaanplant verband bestaat, wordt getuigd door HEDRICK (157): It is significant, that the men, who brought fruitgrowing into bearing in America and nourished it to maturity, were first of all systematic pornologists.
De opzet van deze verhandeling is deze: er worden beschrijvingen gegeven van een 56-tal gekweekte kersen, waarvan 37, die in onze boomgaarden en tuinen een min of meer groote beteekenis hebben. Deze beschrijving is als een eerste bijdrage te beschouwen. Een vervolg hoopt schrijver dezes later nog tc kunnen geven. De eerste reeks beschrijvingen wordt vergezelc van een meer algemeen hoofdstuk over de kersensystematiek er van een ander over de beschrijvingswijze. Bij de beschrijvinger is ten slotte een determinatietabel gemaakt en een overzicht waarin de beschreven kersen in een bepaald systeem zijn ge rangschikt.
Bij deze beschrijving en classificatie deden zich vaak moeilijk heden voor, daar het verschil tusschen sommige kersen-vormer zeer gering is of moeilijk onder cijfers of woorden is te brengen Meer dan eens hebben zich ervaren pomologen vergist en n 't bijzonder zijn de leden van een bepaalde groep van kersen de bleekvleezige, zure kersen, voor zooverre deze niet tot d< groep der Rojalen behooren, moeilijk van elkander te onder scheiden.





